Gebouw

Het Nutshuis is gevestigd in een voormalig bankgebouw. Van 1921 tot 1992 was dit het hoofdkantoor van de Nutsspaarbank te ’s-Gravenhage. Het pand werd in 1920-21 gebouwd door de Haagse architect Samuel de Clerq.

Tot 2003 was de VSB Bank in Het Nutshuis gevestigd. De bank vertrok en de eigenaar van het pand, Fonds 1818, moest een beslissing nemen over de bestemming van het gebouw.

Het bestuur van de Stichting Fonds 1818 nam al in 1998 het besluit om Riviervismarkt 5 niet te verkopen. In dit pand lagen tenslotte de wortels van het fonds: de Nutsspaarbank. Het gebouw zou een functie moeten krijgen die overeenkwam met de doelstellingen van het fonds. Maar hoe geef je zoiets vorm? Na een aantal discussies werd besloten het pand te renoveren en te verhuren aan organisaties met sociaal-maatschappelijke of sociaal-culturele doelstellingen.

In 2001 werd in opdracht van Fonds 1818 de renovatie ingezet. Het architectenbureau Braaksma en Roos stelde een plan op voor renovatie en gebruik van Riviervismarkt 5.

Het idee achter de renovatie
In eerste instantie is het nooit de bedoeling geweest om het gebouw terug te restaureren naar het gebouw uit 1921. Belangrijk was vooral dat het herstelde gebouw zou voldoen aan de gebruiksnormen van de 21ste eeuw. Gedurende de verbouwing kwamen er onder systeemplafonds en achter voorzetwanden echter allemaal originele details tevoorschijn. Langzaam veranderde de doelstelling van de renovatie een klein beetje, mede omdat de schoonheid van het gebouw zichtbaar werd.

Zo zijn er onnoemelijk veel details geheel of gedeeltelijk gerestaureerd: de gele en groene tegels die de muren versieren op de begane grond, de pilaren in de Bankhal en de aansluitpunten voor het stofzuigersysteem (het systeem zelf is wel verdwenen). Maar sommige details legden toch het loodje, omdat het heel duur zou zijn om ze te restaureren of omdat er bijna niets meer van over was (bijvoorbeeld de vloeren en de glas-in-lood-kap).

De kluizen
In de kelder zaten de kluizen. Gepantserde ruimtes met kleine safeloketten van de klanten en grotere kluizen met hypotheekaktes en waardepapieren. De balie in de kelder was het meldpunt voor de bezoekers van de loketten. Rechts van de balie waren zes zogeheten couponhokjes. Dit waren ruimtes waarin de klanten hun cassette konden openen en, in vroeger tijden, de coupons van aandelen en obligaties afknipten en ter uitkering boven aan de publieksbalie konden aanbieden. Om de kelder te kunnen verbouwen moesten alle safeloketten door de huurders worden leeggehaald, dit waren er maar liefst tienduizend. De Nutsspaarbank was de Haagse bank met de meeste publiekskluisjes.

In 2001 had het gebouw vier kluizen, drie uit de jaren zeventig (de hypotheekkluis, de waardepapierenkluis en de kofferkluis) en een uit 1921 (de safelokettenkluis). De drie nieuwere kluizen zijn afgebroken om ruimte te maken voor het café en de achteringang. De centrale kluis uit 1921 is met een aantal kleine aanpassingen bewaard gebleven en functioneert nu als filmzaal. Het slopen van de kluizen rond de centrale kluis heeft drie maanden gekost. Er waren regelmatig hulpconstructies nodig om de andere delen van het gebouw te ondersteunen. Het verwijderen van een kluis sloeg letterlijk een krater in het gebouw. Alleen de kluisdeuren wogen al 6,5 ton.

In de oude kluis werd een extra deur aangebracht (de oude nooduitgang van de hypotheekkluis), deze kluis had al twee deuren – de ingang en de doorgang naar de kofferkluis. Van de kluizen die in het midden van de ruimte stonden, zijn er een aantal naar de gang verplaatst, de rest is verwijderd om plaats te maken voor vijftig stoelen.

Onderaan de trap in de gang is een laatste overblijfsel te vinden van de bankkluizen: het ontsnappingsdeurtje van de kluis dat toegang bood tot de poort voor de geldwagens aan de achterkant van het gebouw. Als er via die poort zou worden geprobeerd de bank te overvallen, konden de kassiers ontsnappen zonder dat ze de grote kluisdeur hoefden te openen. Dit moest dan wel op handen en voeten, bovendien zat het ontsnappingsdeurtje op twee meter hoogte om het heel onhandig te maken voor overvallers.

Bankhal
Ook de opdrachtgever had geen idee hoe mooi deze Bankhal uit 1921 nog was. De monumentaliteit werd pas zichtbaar toen het verlaagde systeemplafond eruit kwam en het originele plafond nog eens 2,2 meter hoger bleek te zijn, ondersteund door pilaren. Na deze openbaring ontstond al snel het plan om deze hal weer in zijn volle glorie te herstellen.

Tot 1963 werd de Bankhal gebruikt voor de ontvangst van klanten. Toen deze functie werd verplaatst naar het aangrenzende pand werd de glas-in-lood-kap (passend bij het glas-in-lood boven de voordeur, dit bestaat nog wel) boven de Bankhal verwijderd en vervangen door een plat dak met verlaagde plafonds. In 2003 kreeg de Bankhal opnieuw een glazen dak.

Een oplettend oog kan in de Bankhal nog verschillende oude details terugvinden. Tegenover de receptie vind je nog een oud deurtje in de glazen wand. Dit diende voorheen als loket. En boven de receptie zie je een luikje in de balustrade dat vroeger werd gebruikt om de glazen te wassen, nu nog steeds trouwens.

De toren weer terug
De originele Nutsspaarbank had een toren aan de kant van de Jan Hendrikstraat. Op de eerste en tweede verdieping van de toren was een royale ruimte gereserveerd voor de inwonende conciërge met zijn gezin. De permanente bewoning was kennelijk nodig om de veiligheid te waarborgen.

In 1963 werd de toren afgebroken om de oude Nutsspaarbank te verbinden met het nieuwere kantoor aan de Jan Hendrikstraat. In het tweede plan van Braaksma en Roos wordt geopperd om de toren weer op te bouwen, om het gebouw weer de vorm in de straat te geven die het van oorsprong had. Het laatste woord was aan de commissarissen, maar met een kostenplaatje van ongeveer 1,2 miljoen was dit geen gemakkelijke beslissing.

Toch is de toren er gekomen. De toren werd in kalk, zandsteen en baksteen weer opgebouwd.

Leuke weetjes
De rechterhoek van het souterrain aan de voorkant van het gebouw stamt nog uit 1889 (het eerste kleinere bankgebouw), dit is te zien aan de oude kozijnen en dikke muren.

Elk jaar werden de publiekskluizen die tien jaar niet open waren geweest open geboord. Tot de vreemdste vondsten behoorden een flesje eau de cologne en propaganda voor de extreemrechtse politicus Joop Glimmerveen.

Met dank aan het fantastische geheugen van Hans Wetemans.

X