Niet zo lang geleden verscheen er een nieuw boek van mij, getiteld Wie weet. Dit is een roman. Het boek daarvoor heet Roaring Nineties, wat een essayistisch, autobiografisch werk is. Twee boeken, waarvan de één in de hoek van de literatuur gevonden kan worden, de ander in de hoek van non-fictie.

Na het verschijnen van deze boeken word mij met enige regelmaat gevraagd: wat is het verschil tussen het schrijven van fictie en non-fictie? Eenvoudig gesteld kun je het verschil als volgt definiëren: non-fictie gaat over wat ‘echt is gebeurd’, fictie over wat ‘niet echt is gebeurd’. Oftewel: non-fictie gaat over de ware werkelijkheid, terwijl fictie niet ‘waar’ hoeft te zijn. Dat zou dus betekenen dat ik in mijn essayistische non-fictie boek de waarheid dichter nader dan in mijn roman Wie weet.

Daarover nadenkend, kwam er iets in mij in opstand. Iets in mij zei: Nee, juist in mijn roman kom ik dichter bij de waarheid. Dit was een ‘gevoel’ en bij ‘gevoelens’, alsook bij plotselinge ingevingen, is mij niet altijd direct duidelijk waar ze vandaan komen. Of wat ik er zelf precies mee bedoel. Wat bedoelde ik eigenlijk met ‘waarheid’ als ik beweerde dat ik in mijn roman dichter bij de waarheid kwam.

Waarheid is, misschien naast liefde en vrijheid, een van de  verwarrendste begrippen die ik me kan bedenken. Soms wordt met ‘waarheid’ op objectieve bewijsbaarheid gewezen, soms verwijst zij naar een subjectieve, persoonlijke ervaring, soms naar een hogere goddelijke waarheid. Soms wordt er over iets gezegd dat het ‘waar’ is als het ‘feitelijk’ is, soms als het ‘eerlijk’ verteld is, of als het ‘authentiek’ klinkt, of als het lijkt te kloppen met wat anderen vertellen… Deze betekenissen overlappen elkaar, maar spreken elkaar soms ook tegen.

Aan wat voor soort waarheid dacht ik dan eigenlijk, in mijn ingeving dat ik dichter bij de waarheid kom in fictie?

Ik probeerde te ontrafelen wat de grote filosofen over waarheid hadden gezegd. Van Plato kon ik me herinneren dat waarheid nauw verbonden was met inzicht in de hogere idealen, waarvan onze menselijke wereld maar een afschaduwing is. Wie in Plato’s tijd streefde naar waarheid, streefde niet zomaar naar kennis, maar naar een wezenlijk begrip dat ook de verheffing van de ziel aanging. Het ging om inzichten die je in balans zouden brengen met het verhevene; denkwijzen die je wijzer in het leven zouden doen staan en je tot een beter mens zouden maken. Deze vorm van waarheid, die spiritueel te noemen is, is er een die ik eigenlijk heel weinig tegen kom in mijn dagelijks leven. En misschien is dat wel jammer.

Dat dit morele, of religieuze begrip van de waarheid in de loop der tijd naar de achtergrond is gedrongen komt eigenlijk door de wetenschap. Vaak wordt de oorsprong van het veranderende waarheidsidee bij de Verlichting gelegd en bij het gedachtegoed van René Descartes, die niet zozeer naar een hogere waarheid zocht, maar naar een onbetwijfelbare, bewijsbare zekerheid.

Om tot zo’n onbetwijfelbare basis te komen, besloot Descartes op systematische wijze al zijn zekerheden in twijfel te trekken. Je kunt aan vrijwel alles twijfelen, zelfs aan de bevindingen op basis van je eigen zintuigen. Kan ik bijvoorbeeld wel écht zeker weten dat ik hier nu sta? Op deze zondagochtend hier in Den Haag? Misschien droom ik wel dat ik hier nu mijn column ben aan het voordragen? Of lig ik eigenlijk in coma in een ziekenhuis en ben ik aan het hallucineren? Helemaal zeker kan ik dat niet weten. Maar wat ik wél zeker kan weten is dat ik denk dat ik hier sta en jullie voor mij zie.

Dit ‘ik denk…’ kun je voor elke waarneming, indruk of gedachte plaatsen. Vandaar Descartes adagio: cogito ergo sum, ik denk dus ik besta. Dít werd voor Descartes de basis van het kennen, het was de enige onbetwijfelbare waarheid die hij kon vinden:

Ik denk.

‘Ik denk dus ik besta’ gaat ook mooi op voor fictieve personages: Je laat een personage denken, schrijft haar gedachten op geef haar een bestaan. In mijn roman voer ik negen verschillende personages op, die allen op een geheel eigen wijze denken en naar de wereld kijken. Ik laat ze eerlijk vertellen, over verlangens, intieme, soms seksuele fantasieën, angsten en frustraties. Zo eerlijk zou ik nooit over mezelf schrijven.

Als ik persoonlijke, autobiografische ervaringen in essays gebruik, blijven het anekdotes die ik van een afstandje vertel. Terwijl mijn personages open en ongehinderd door zelfcensuur vertellen.

Als ik me inleef in personages voel ik geen schaamte, ik laat de lezer zo dichtbij komen als nodig is.

Toch is dit geen Cartesiaanse waarheid. Bij Descartes gaat het niet om eerlijkheid of openheid, voor Descartes moet de waarheid juist los van die persoonlijke betrekking bestaan, los van het persoonlijke bewijsbaar zijn.

De waarheid die ik in mijn roman denk te naderen is dus noch Platoons, noch Cartesiaans. Bestaat er dan wél een filosofische analyse die tegemoet komt aan mijn gevoel van waarheid? Ja, toch wel, namelijk die van de structuralisten. In navolging van de taalfilosoof Ferdinand de Saussure, benadrukten de structuralisten dat waarheid niet zozeer verheven, of moreel is, of bewijsbaar, maar dat de waarheid afhankelijk is van de context.

Wat wij als echt en waar beschouwen, hangt af van de rest van onze opvattingen, het hangt af van ons mens- en wereldbeeld. Natuurlijk bestaan er ook mathematische, onpersoonlijke waarheden, zoals 3 + 3 = 6, maar zodra we het over ervaringen of betekenissen hebben, zijn er ineens meerdere wijzen van begrijpen mogelijk.

Mijn boek Wie weet speelt zich binnen vierentwintig uur af, op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo. Het verhaal gaat eigenlijk helemaal niet over Charlie Hebdo – het speelt zich in Nederland af – maar het gaat wel over de onderhuidse spanningen die op zo’n dag boven komen, en hoe die spanningen vriendschappen en relaties beïnvloeden. Juist doordat ik negen perspectieven op één dag heb kunnen weergeven, negen verschillende belevingen, verlangens en onzekerheden, heb ik het gevoel dat ik een vollediger beeld neerzet van een dag. Vollediger, eerlijker én intiemer, dan wanneer ik enkel vanuit mijzelf over echt gebeurde ervaringen schrijf.

Foto: Ambo Anthos

 

 

 

X